|
Node-id - Sessie-id - Volgnr.
|
De node-id is een unieke, numerieke id die begint bij 1 en die het systeem toewijst aan elke Unified CCX-server in het cluster.
De sessie-id is het unieke sessie-identificatienummer dat door het systeem aan een gesprek wordt toegewezen.
Het volgnummer is het nummer dat het systeem aan elk gespreksgedeelte toewijst. Het volgnummer wordt voor elk gespreksgedeelte met 1 verhoogd.
Deze drie waarden vormen samen een unieke identificatie voor een ACD-gesprek (Automatic Call Distribution) dat in het systeem wordt verwerkt.
|
|
Starttijd gesprek
|
De datum en tijd waarop het gesprek begint.
|
|
Eindtijd gesprek
|
De datum en tijd waarop het gesprek is beëindigd, doorverbonden of omgeleid.
|
|
Indeling contact
|
Indeling van het gesprek.
- 1 - Verlaten.
- 2 - Afgehandeld
- 4 - Afgebroken.
- 5 tot 98 - Afgewezen
- 99 - Opgeschoond
|
|
Adresboeknummer aanvrager (bellend nummer)
|
Het telefoonnummer van de aanvrager.
- 1 = Agent. Een gesprek dat is aangevraagd door een agent. Geeft het Unified CCX-toestelnummer van de agent weer.
- 2 = Apparaat. Een gesprek dat afkomstig is van een gesimuleerde beller (gebruikt voor tests) en een agenttelefoon waarbij de agent op dat moment niet is aangemeld. Geeft de CTI-poortnummer (Computer Telephony Interface) weer.
- 3 = Onbekend. Een gesprek dat afkomstig is van een externe beller via een gateway of van een niet-gecontroleerd apparaat. Geeft het telefoonnummer van de beller weer.
|
|
DN bestemming
|
Het telefoonnummer van de bestemming.
- 1 = Agent. Een gesprek dat wordt gepresenteerd aan een agent. Geeft het Unified CCX-toestelnummer of het niet-Unified CCX-toestelnummer van de agent weer.
- 2 = Apparaat. Een gesprek dat aan een routepunt wordt gepresenteerd. Geeft het CTI-poortnummer weer.
- 3 = Onbekend. Een gesprek dat wordt gepresenteerd aan een externe bestemming via een gateway of aan een niet-gecontroleerd apparaat. Geeft het telefoonnummer weer dat wordt gekozen.
|
|
Gekozen nummer
|
Het nummer dat oorspronkelijk door de beller is gekozen. Als het bij het gesprek om een doorverbonden gesprek gaat, wordt het nummer weergegeven waarnaar het gesprek is doorverbonden.
|
|
Naam toepassing
|
De Unified CCX- of Unified IP IVR-toepassing die is gekoppeld aan het routepunt.
|
|
CSQ-namen
|
De CSQ (contactservicewachtrij) waarnaar het gesprek is gerouteerd.
|
|
Tijd in wachtrij
|
De tijd die is verstreken vanaf het moment dat een gesprek binnenkwam bij de CSQ en de tijd waarop het gesprek is beantwoord door een agent die aan die CSQ is gekoppeld.
Overzichtsinformatie - de som van de waarden in deze kolom.
|
|
Naam agent
|
Voornaam en achternaam van de agent.
|
|
Beltijd
|
De verstreken tijd vanaf het moment dat er gebeld wordt tot aan het moment dat de telefoon wordt beantwoord door een agent, het gesprek wordt gerouteerd naar een andere agent of de verbinding wordt verbroken. Dit veld is leeg als het gesprek niet is gerouteerd naar een agent.
Overzichtsinformatie - de som van de waarden in deze kolom.
|
|
Spreektijd
|
Hoe lang de agent de status Spreken had.
Overzichtsinformatie - de som van de waarden in deze kolom.
|
|
Werktijd
|
Hoe lang de agent de status Werk had.
Overzichtsinformatie - de som van de waarden in deze kolom.
|